‘Boeren’ in Oostblok is meer dan een avontuur

Koeien importeren uit Nederland

In Dronten heb je de ruimte om te ondernemen.

Ik ben starter

Als ondernemer zit je hier goed.

Ik ben ondernemer

Wil je je hier vestigen?

Ik wil vestigen

Bouwen aan welvaart. Voor iedereen.

Praktische informatie

Tekst Rudolph Posthumus | foto's Mischa Massink | december 2019


Jan Willem Elsenga ‘boert op afstand’ in Oost-Europa. ‘Roemenië zie ik als een avontuur. Vooralsnog is het een investering. Als doorgroei lukt, dan zullen we het wel een keer doorverkopen en er de vruchten van plukken, maar vooralsnog moeten we hier nog gewoon werken voor de boterham.’

Alles wat Jan Willem Elsenga doet heeft met de melkveehouderij te maken. Eigenlijk al zijn leven lang. Tot voor een zestal jaren runde hij een groothandel in veevoer, in 2013 nam hij daarvan afscheid en ging op kleine schaal ‘in het voer’ verder. Plots een zee van tijd over? ‘Niet echt, zo’n 15 jaar geleden heb ik met een viertal compagnons een melkveebedrijf met 500 hectare in Oost-Duitsland gekocht. Dat was betaalbaar, maar verkeerde in failliete toestand. De koeien gaven nog maar 9 liter per dag (Nederlandse koeien zijn gemiddeld goed voor minimaal 30 liter per dag); de voorraad ruwvoer was minimaal. Er stonden toen 300 koeien. We hebben door de jaren heen alles een beetje opgepoetst en de veestapel uitgebreid naar 1000 stuks. We werken er met ingehuurde ‘arbeid’, dus gewoon 8 uur, ziektekosten, vakantie, etc. In het begin melden mensen zich aan de poort voor werk, maar tegenwoordig moeten we ook af en toe een beroep doen op mensen uit Roemenië. De basis onder het businessplan is een efficiënte bedrijfsvoering, dat lukt prima, maar de kostprijs neemt ook in Oost-Europa toch elk jaar wat toe.’

Expansie
Een paar jaar na de aankoop van het bedrijf volgde de aankoop van een tweede boerderij, ook daar staan 1000 koeien en is het ‘boeren’ op peil gebracht. Wie verwacht dat het vijftal aan deze bedrijven de handen wel vol zou hebben, komt bedrogen uit. Volgens Jan Willem kreeg met name de ‘aanstichter’ van de vijf de kriebels en liet zijn oog vallen op Roemenië. ‘In eerste instantie op een akkerbouwbedrijf, dat was redelijk eenvoudig, want na de val van het communistisch regime lag er veel land braak of onbeheerd. We zijn toen begonnen om gronden op pachtbasis te verzamelen (3000 hectare). Dat ging relatief eenvoudig, het is goede grond, maar … er heerst een landklimaat. Het valt en staat met de hoeveelheid regen die er valt in het groeiseizoen. Qua opbrengst is het niet te vergelijken met Nederland. Je kunt er geen grote arealen aardappelen verbouwen. We kunnen er ook niet beregenen en wat betreft gewassen die er goed gedijen ben je aangewezen op mais, gerst, tarwe, soja, zonnebloemen en bijvoorbeeld luzerne, dus extensieve gewassen. Aankomend jaar starten we met een proef met 40 ha suikerbieten.

In de dorpen op het platteland van Roemenië gebeurt nu weinig meer. Er zijn nog wat bejaarde boeren; de laatste generatie, daarna is het over. Er is ook niets, geen stroom, geen water, geen riolering. Maar er zijn volop kansen, zeker als je in staat bent je aan te passen naar de mores zoals het daar gaat. De grotere steden en de infrastructuur ontwikkelen zich snel naar West Europees voorbeeld. Respecteer het land en haar gewoontes, spreek de taal, en je wordt met open armen ontvangen.’

Ook melkvee
Zo’n 8 jaar geleden volgde de kans om een melkveebedrijf (eigendom van een melkfabriek) over te nemen. ‘Dat klinkt groots, maar je moet bedenken dat 80% van de melkproductie in Roemenië nog door boeren met 3 of 4 koeien wordt verzorgd. Er is daar veel vraag naar melk, maar de fabrikant kwam tot de conclusie dat een melkveebedrijf toch niet hun business was. Wij hebben het overgenomen, leveren de melk aan de fabriek en daar staan ondertussen zo’n 2000 koeien.’ Dat had wel wat voeten in aarde. ‘Roemenië kent van oorsprong niet het productieve melkvee zoals wij die melken. In de beginjaren hebben we veel koeien moeten importeren uit Duitsland, Denemarken en Nederland. Ook het melkvee van een gestopte melkveehouder uit Dronten heeft een carrière-switch gemaakt in Roemenië.’

Lokaal
Jan Willem is nauw betrokken bij de buitenlandse ondernemingen, maar ook in Nederland expandeert zijn ondernemingsdrift. Kort nadat hij uit de voormalige veevoerhandel stapte, kocht hij in Lelystad een boerderij (zonder grond) waar inmiddels 120 koeien worden gemolken. Toen heel interessant in verband met de weggevallen melkquota. ‘We betrekken het voer uit de omgeving en de mest gaat naar omliggende akkerbouw- en veebedrijven.’  

Gelijkertijd zorgde dat gegeven er voor dat Elsenga zich voor de voortzetting van dat bedrijf verdiepte in een ander koeienras. ‘Een ras dat meer vet en eiwit in de melk produceert, maar 30 % minder voer nodig heeft dan de traditionele rassen (en dus ook 30% minder mest produceert!!): de Jersey.’ En daar is weer een handel in Jersey koeien uit ontstaan, welke samen wordt gedreven met Pieter de Vries, de bedrijfsleider van het melkveebedrijf.

Tegenstrijdig
‘Naast Deense import fokken we nu ook Jersey jongvee op voor de handel, op een bedrijf aan de Roggebotweg. Nederlandse melkveehouders met interesse in het efficiënte Jersey-ras kunnen hier zelf dieren uitzoeken. Nou ja, en gooi hem er ook maar in: het is ook een serieuze oplossing voor een deel van de stikstofproblematiek.’

Een tegenstrijdig gegeven: een voerhandelaar die vee opfokt dat minder voer nodig heeft …‘Eh … zo had ik het nog niet bekeken. Maar in de komende 10 jaar zal 30% van de melkveehouderijen verdwijnen. In de varkenshouderij is dat percentage waarschijnlijk nog veel groter. Dus de mengvoerwereld krijgt het sowieso voor zijn kiezen.’

SEA Dynamiek
Jan Willem maakt ook nog deel uit van de SEA groep Dynamiek in de landbouw. ‘Mooie club, maar zou meer omarmd mogen worden, sommige dingen gaan wel heel erg traag. Er is hier zo verschrikkelijk veel mogelijk op agrarisch gebied, maar dan moet je er vol voor gaan. Er is niets mis mee om Dronten als ultiem agrarisch gebied neer te zetten.’

 

Meer ondernemersverhalen